Mail ons via info@stichji.com

Herdenking 136 jaar Javaans-Surinaamse geschiedenis

9 AUGUSTUS 2026 - HERDENKING 136 JAAR JAVAANS-SURINAAMSE GESCHIEDENIS

WANDELING IN HET OOSTELIJK HAVENGEBIED VAN AMSTERDAM

Bron: Stadsarchief Amsterdam
Achtergrondinfo

Sporen van kolonialisme: het verborgen verleden van het Oostelijk Havengebied

Wie vandaag door het Amsterdamse Oostelijk Havengebied loopt, ziet vooral modern wonen en werken, strakke kades en water dat rustig langs de steigers glijdt. Maar onder die ogenschijnlijke vanzelfsprekendheid schuilt een verleden dat niet verdwijnt met nieuw beton: een koloniale werkelijkheid, zichtbaar in namen, infrastructuur en omwegen die mensenlevens raakten.

Aan het einde van de negentiende eeuw werden hier kunstmatige eilanden aangelegd om de kolossale stoomschepen te kunnen ontvangen—schepen die de motor waren achter de Nederlandse koloniale handel. Vanuit het Oostelijk Havengebied liep de verbinding met Nederlands-Indië: de Javakade als toegangspoort, de pakhuizen aan de Oostelijke Handelskade als opslag van koloniale goederen. Tabak, thee, koffie en rubber stroomden hier samen voordat ze verder de wereld in gingen. Toch was de haven nooit alleen een systeem van lading en logistiek. Ze was ook een knooppunt van mensen: ambtenaren, handelaren en militairen die vertrokken richting het Oosten.

Doorvoer Javaanse contractarbeiders

En er waren ook anderen. Duizenden Javaanse contractarbeiders vonden in deze haven een tussenstap—gedwongen en vaak onmenselijk—nadat de slavernij was afgeschaft. Tussen 1890 en 1914 gold het Oostelijk Havengebied als een kritisch overslagpunt: mannen, vrouwen en kinderen die na hun werving naar Suriname moesten reizen, maar door het ontbreken van een rechtstreekse scheepsroute tussen Java en Paramaribo niet anders konden dan een omweg maken. Eerst gingen ze met schepen van de Stoomvaart-Maatschappij Nederland naar Amsterdam, naar de Handelskade—alsof hun bestemming al vooraf vaststond, zonder dat zij zelf echt greep kregen op wat er ging gebeuren.

Van boord, maar nog niet het eindpunt—en ook niet onderweg naar veiligheid. Vaak stapten ze uit in omstandigheden die zwaar waren: op blote voeten, onvoorbereid op het kille Nederlandse klimaat. Ze wachtten in loods- en depotruimtes in de buurt, soms wekenlang, tot het volgende schip klaarstond om de overtocht over de Atlantische Oceaan te maken. In archieven zijn nog zeldzame beelden te vinden waarop groepen wachten op de kade—ingesloten door havenmachines en industriële bedrijvigheid, terwijl hun eigen toekomst ondertussen klaarligt als een belofte die niet door henzelf is geschreven.

Die tussenstop was voor velen onzeker en pijnlijk. Sommigen wisten niet eens waar de reis precies naartoe ging, behalve dat er een bestemming was die ze niet konden kiezen. De kou en slechte omstandigheden sloegen toe; er stierven contractarbeiders tijdens dit verblijf in

Nederland, ver van hun geboortegrond, zonder dat er een blijvende plek kwam om hen te eren. Hun verhaal verdween in de marge van de geschiedenis die vooral over handel ging—en te weinig over degenen die betaalden met hun lichaam.

In 1914 kwam er een einde aan deze doorvoerroute via Amsterdam, vlak voor de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog. Toch blijven er tegenwoordig herinneringen achter in de straatnamen: Javakade, Sumatrakade, pleknamen die klinken als navigatie, maar eigenlijk momenten oproepen. Niet alleen om te onthouden welke schepen vertrokken, maar vooral wie daar stond—mensen die in koude omstandigheden wachtten op een reis die hun leven voorgoed zou veranderen, en die van hun nakomelingen.

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg het havengebied opnieuw een rol in een wereld die al langer door koloniale machten werd gevormd. Vanaf hier vertrokken troepenschepen voor de zogeheten ‘Politionele Acties’—acties bedoeld om de Indonesische onafhankelijkheid te onderdrukken. Toen Indonesië uiteindelijk onafhankelijk werd, verloor de haven zijn primaire functie in dit koloniale bestel. Het ging over in verval, maar het verleden liet geen ruimte om het te vergeten.

Vandaag leeft dat verleden door in namen en gebouwen. De Sumatrakade en de Borneokade houden de route van toen tastbaar. En Hotel Jakarta, gebouwd op de plek waar schepen richting Batavia vertrokken, lijkt met zijn tropische binnentuin bijna een eerbetoon—maar het draagt ook een ongemakkelijke waarheid in zich: hoe vertrouwd comfort kan staan naast wat ooit dwang en afstand betekende. Het Oostelijk Havengebied is daarmee niet alleen een succesverhaal van stadsvernieuwing. Het is ook een stil monument van een complex koloniaal verleden—een plek waar moderniteit op stenen staat die ooit wachtten, vertrokken, en opnieuw verdween uit het zicht.

STARTPUNT WANDELING: GAMELANHUIS, VEEMKADE 578, 1019 BL AMSTERDAM

VERZAMELEN OM 10.30 UUR. START OM 11.00 uur

NA DE WANDELING: ONTMOETING IN HET GAMELANHUIS, MET VERSNAPERINGEN EN PRESENTATIES

Bij deze wandeling werkt STICHJI samen met Frank Kanhai, wandelbegeleider bij de Bas van de Goor Foundation.

AANMELDEN

Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.